Piet Smit Jr. in het sleepvaartmuseum

by Hans | October 9th, 2011

Wie kent de naam ‘Piet Smit’ niet? Generaties zijn er in de wijde omgeving van Rotterdam mee opgegroeid. Ze werkten hetzij bij de werf van die naam dan wel bij de sleepdienst, waarvan de stoere sleepboten aan de Westerkade of aan de Parkkade lagen, als ze tenminste even niets te doen hadden. Naast deze bedrijven was er ook nog de Havendienst Spido, op rondvaartgebied een bekende naam tot ver buiten onze grenzen. Ook Spido was ooit eigendom van Piet Smit Jr. Het werd dus hoog tijd dat het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis aandacht aan deze man en zijn ondernemingen ging besteden, met uiteraard de nadruk op de sleepdienst

Piet Smit Jr. werd in 1848 geboren. Hij was een voor die tijd moderne vooruitstrevende man, die op zijn 20e naar Amerika ging om daar zich verder te oriënteren in de scheepsbouw, waar zijn familie in de Alblasserwaard en omgeving zich al vele jaren mee bezig hield.  Piet Smit had het best naar zijn zin en wilde eigenlijk niet naar Nederland terugkeren. Omdat zijn ouders al jong gestorven waren kreeg hij een toelage van zijn oom. Die oom was het niet met de ideeën van zijn neef eens en zette de toelage simpelweg stop. Piet moest dus wel naar Nederland terug. Om een langer verhaal in te korten: Piet Smit nam de werf van een andere oom over, moderniseerde het geheel op verbluffend snelle wijze, breidde uit en verhuisde zelf naar Rotterdam. Hij zag iets in stoomsleepboten die in zijn tijd relatief veel geld konden verdienen, want de meeste zee- en binnenvaartschepen waren nog zeilschepen. Kapiteins en schippers maakten maar al te graag van de stoomslepers gebruik om sneller op de bestemming te zijn en om in de havens gemakkelijker te kunnen manoeuvreren. Piet Smit had al snel een vloot van vijf sleepboten, zag een concurrent onderuit gaan en verdubbelde zijn vloot door de slepers van zijn mededinger voordelig aan te kopen. In 1877 richtte hij de ‘Slikkerveersche Sleepdienst’ op, waarvan hij de naam in 1889 liet wijzigen in ‘Sleepdienst van P.Smit Jr.’. Kenmerk van zijn sleepboten was een gele band rondom de zwarte schoorstenen met een letter erin, die overeenkwam met de beginletter van de naam van de sleper. Vandaar de naam van de tentoonstelling: ‘De Geelbanders’.

Geelbanders_Brazilie-Turkije-en-Noordpool@NSM De Geelbanders “Brazilie, Turkeij en Noordpool”

Rond 1910 beschikte de sleepdienst van Piet Smit Jr, die inmiddels aan de Boompjes in Rotterdam was gevestigd, over tenminste 60 sleepboten. Die verrichtten niet alleen havenassistenties, maar sleepten ook binnenvaartschepen, die nog geen eigen voortstuwing hadden door het hele land tot zelfs in België en Zeeland toe. In 1912 achtte Piet Smit de tijd gekomen om zijn bedrijven van de hand te doen en een rustiger leven te gaan leiden. De gelukkige koper werd D.G. van Beuningen, een groot industrieel met talloze belangen, o.a. in de Steenkolen Handels Vereeniging. Piet Smit overleed helaas binnen een jaar na de overdracht van zijn bedrijven. Daniël van Beuningen bracht meer structuur in de sleepdienst, maar liet de feitelijke leiding over aan twee directeuren, die zich al jong in het vak van de slepers hadden bekwaamd. Zij zorgden voor modernisering en uitbreiding van de vloot, zelfs in economisch moeilijke tijden. De werf had in die tijd een geweldig kundige reputatie. Men bouwde o.a. vrachtschepen voor Finland, die zo goed bevielen dat de Finnen een order wilden plaatsen voor een technisch geavanceerde grote ijsbreker die de vaarweg naar de havensteden op een dichtgevroren Oostzee zou kunnen openhouden. De Piet Smit werf was in zijn aanbieding behoorlijk te duur, maar wist overheidssteun te verkrijgen omdat men anders mensen zou moeten ontslaan.  Zo ging de order niet verloren en werd de Jääkarhu (betekent ‘ijsbeer’) in 1926  in Rotterdam gebouwd. Een prachtig model siert de expositie.

50-jarig-jubileum-P_Smit-Boompjes-1927@NSM 50 jarig jubileum Piet Smit – Boompjes; Rotterdam 1927

Terzelfder tijd werd er ook een kleinere ijsbreker/sleepboot voor Rotterdam en de vaderlandse  rivieren gebouwd. Dat werd de Siberië, in dienst gesteld in 1926. Het schip was uitgerust met een stoommachine van 600 pk,. In die tijd was het de krachtpatser van de Rotterdamse haven, die daarom al gauw de bijnaam ‘De Beer’ verwierf. Ze bewees in de strenge winter van 1929 al snel haar mogelijkheden, want tot ver op de Waal werd door dit schip onder veel belangstelling het ijs gebroken.

Zelfs in de crisisjaren dertig kwamen voor Piet Smit nog nieuwe sleepboten van de hellingen, o.a. de Linge, de eerste motorsleper. Die bleek kostenbesparend, want er waren geen stoomketels nodig, die ook tijdens het stilliggen onder druk moesten worden gehouden. Dat bespaarde veel brandstofkosten. Ook waren er geen stokers meer aan boord.

In de Tweede Wereldoorlog ging het slecht met het hele land, dus ook bij de sleepdienst. Slepers werden gevorderd en verdwenen soms uit het zicht of zonken in buitenlandse havens. Enkele voerden in 1944 reizen uit met sleepschepen naar het Noorden van het land om de hongerende randstadkinderen aan boord daar de gelegenheid te bieden aan te sterken. Sleepboten als de Siberië werden verstopt in de Biesbosch, maar moesten na levensbedreigende dreigementen en op last van de bezetter weer te voorschijn worden gehaald. Op de dag van de bevrijding was er eigenlijk nog slechts één sleepboot vaarklaar.

IJsbreken_Spaarne-en-Belgie-1929@NSM IJsbreken “Spaarne en Belgie”  1929

Na de oorlog werden aanvankelijk de oude stoomslepers opgelapt. Sommige moesten eerst gelicht worden, omdat ze op verschillende locaties tot zinken waren gebracht. In de jaren vijftig werd een ambitieus nieuwbouwprogramma uitgevoerd en kwamen er geelbanders met sterke motoren en een revolutionair uiterlijk. Ook voor sleepkarweien waarvoor minder kracht was vereist kwamen nieuwe series motorsleepboten. Als sluitstuk van het nieuwbouw-programma, met name voor de vaart op de rivieren, werden er 13 slepers gebouwd met een vermogen van 150 pk, die de bijnaam “vliegende schotels” kregen, omdat ze zo snel en wendbaar waren. In de jaren zestig en zeventig werd Piet Smit ingehaald door de tijd. De duwvaart deed haar intrede, Europoort werd gebouwd, zeeschepen werden groter, boegschroeven deden hun intrede, kortom: minder sleepboten waren nodig. De omstandigheden leidden tot een integratie van de Rotterdamse sleepdiensten, waar tenslotte Smit Internationale als winnaar uit te voorschijn kwam. Vanaf 1976 verdwenen de laatste geelbanders uit de havens en werd het bekende gele schakelembleem ingevoerd.

Ook de werf moest inkrimpen en kwam tenslotte terecht in het Rijn-Schelde-Verolme concern, waarvan de rampzalige afloop bekend mag worden verondersteld. Als laatste tak van  het Piet Smit-concern overleefde de Havendienst Spido, die als Spido B.V. via een management buy out een nieuw leven ging leiden. Nieuwe fraaie salonboten werden gebouwd en bleken in een behoefte te voorzien. Ook daarvan zijn oude en nieuwe foto’s in de expositie opgenomen met zelfs een fraai model van de salonboot die ooit het vlaggenschip was van het rondvaart- en watertaxibedrijf.

Krachtpatser-en-IJsbreker-siberie-1926-600-pk@NSM Krachtpatser en ijsbreker Siberië uit 1926 – 600 pk

Piet Smit, het blijft een naam die nog steeds bij velen herinneringen oproept. De ingewijde bezoekers van het Nationaal Sleepvaart Museum te Maassluis zullen bij het zien van de tentoonstelling, die tot 15 april 2012 duurt, wellicht een traantje moeten wegpinken. Dat hoort bij een nostalgische expositie.

Persbericht Nationaal Sleepvaart Museum – Maassluis

Related Posts:

2 Responses to “Piet Smit Jr. in het sleepvaartmuseum”

  1. M.J.P. Hendriks says:

    Mijn vader Joop Hendriks heeft bij de Piet Smit sleepdienst gewerkt als admininstratief medewerker en bestelkantoorbediende van 1946 t/m 1950.

  2. Leo Kischemöller says:

    My uncle Bart Geleijnse was captain on the IJsel (steam), Zaan, Turkije and Italie. My grandfather Leendert Geleijnse was captain on the Siberie. He told me everything about ice breaking in 1926.
    According to my opinion we should work together in Maassluis to acquire the former Azie or Europa for the tug harbour museum, being the first Voith Schneider tugs in The Netherlands. We also should bring to Holland the beautiful Italie, that went into Chinese service in 1994. Therefore we must find the whereabouts of those boats and raise funds to buy them, navigate them to Holland and bring them in the original state and colours.
    The Italie was bought by the subsidiary Centralink of the Chinese iron company Shougang in Hong Kong, that still exists. Maybe someone can trace the boat by this link.

    Leo
    010-5916495
    Spechtstraat 37

Leave a Reply

Ads

Bogazici Shipping
Damen Shipyard Group
Sanmar Denizcilik A.?
Transport & Offshore Services
Grandweld Shipyard
Alphatron Marine
Dutch Marine Trading
Astilleros Armon
W.K.M. Cornelisse Trading B.V.
International Maritime Services
Van Wijngaarden Marine Services B.V.